De vier elementen vuur, aarde, water en lucht zouden volgens de Grieken in de mens terug te vinden zijn als de vier lichaamssappen die het karakter (temperament) bepalen. In de huidige moderne tijd doen ze nog steeds hun nuttige dienst.
Vuur - warm en droog: cholericus, intuïtie
Aarde - koud en droog: melancholisch, gewaarworden
Water - koud en vochtig: flegmatisch, gevoelens Lucht - warm en vochtig: sanguinisch, denken
De temperamenten leer is één van de oudste bekende vorm in de psychologie. Voor de ordening van een menselijk persoon gebruikten de Grieken vier elementen voor een onderverdeling in typen. Men ging ervan uit dat één van de vier overheerst in de samenstelling van de persoon.
De mens heeft een vast en een veranderlijk deel. Het temperament is van groot belang omdat dit niet verandert. De rest van de persoonlijkheid en het karakter kan de mens zelf veranderen. Bewust te zijn van het eigen temperament is dus van belang in ons werk en relaties met anderen. Inzicht erin geeft ons een scherper zelfbeeld en versterkt het gevoel in zelfvertrouwen. We weten dan ook in welke situaties we ons temperament kunnen versterken of juist even moeten temperen.